Studiedag van het Blauwe Park op 13 november in het CAUE du Nord.
Het doel van deze ontmoeting was om met de Eurometropool de verschillende academische perspectieven te laten kruisen. Onderzoekers presenteerden hun werk en deelden hun inzichten en gingen vervolgens in debat.
Studiedag van het Blauwe Park 13 november 2024 CAUE du Nord.
Het doel van deze ontmoeting was om met de Eurometropool de verschillende academische perspectieven te laten kruisen. Onderzoekers presenteren hun werk en delen hun inzichten en gaan vervolgens in debat.
Sinds jaar en dag geeft de Eurometropool Lille – Kortrijk – Tournai water een prominente centrale plaats binnen de ontwikkeling van de grensoverschrijdende regio. Water in al zijn vormen - rivieren, beken en ondergrondse waterlagen - is een verbindend element en brengt mensen samen over de grenzen heen. Water vormt de basisstructuur van de Eurometropool, stroomt over grenzen heen en geeft een gemeenschappelijke identiteit aan onze Eurometropool.
De Eurometropool creëerde het Blauwe Park als een gemeenschappelijk programma. Geënt op 5440 km waterlopen in de regio raakt het Blauwe Park letterlijk elke m² van de Eurometropool. Het Blauwe Park bouwt een ononderbroken ruimte tussen de inwoners, het water en de natuur, over de grenzen heen.
Reeds van bij de aanvang is deze ambitie ondersteund door academisch werk onder de vorm van doctoraten, ontwerpateliers, masterthesissen en summer schools. De wisselwerking tussen diverse kennisinstellingen en de Eurometropool vormt nog steeds de ruggengraat van het werk voor het Blauwe Park.
Métropole-frontières. Lille-Kortrijk-Tournai : Faire projet en interterritorialité
Bénédicte Grosjean, ir. stedenbouwkundig architecte, docente “Stad en Gebied”, ENSAP Lille
Het werk dat zal worden voorgesteld, is de publicatie “Métropole-frontières. Lille-Kortrijk-Tournai : Faire projet en interterritorialité” (uitgegeven door Autrement, november 2023). Deze publicatie is tot stand gekomen in het kader van een onderzoek voor de derde fase van het nationale programma “POPSU-Métropoles” (Plateforme d’Observation des Projets et Stratégies Urbaines) rond het thema “De metropool en de anderen”. Samen met 15 andere grote Franse steden had de Métropole européenne de Lille op deze oproep tot bijdragen gereageerd: de MEL schoof 3 problematieken naar voren, waaronder “Hoe projecten opzetten in een grensoverschrijdende context?”. In een grensoverschrijdende context wordt de interterritorialiteit - waarbij “je het met de anderen moet doen”, als partners, maar soms ook als concurrenten - immers tot het uiterste doorgedreven.
Het werk is geschreven samen met Simon Jodogne (adjunct-directeur Bestuur en Territoriale Dialogen, dienst Territoriale en Sociale Ontwikkeling, Métropole européenne de Lille) en heeft een tweeledig doel. Enerzijds worden de mogelijke modaliteiten onderzocht voor een “grensoverschrijdend projectbeheer”, om samen acties te ondernemen en beslissingen te nemen. Hoe projecten opzetten in een grensoverschrijdende context? Wat zijn de stuwende krachten en de obstakels? Daarbij baseerde men zich op de initiatieven die op het terrein door de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai zijn opgestart. Anderzijds was het de bedoeling om een retrospectief overzicht te schetsen van 30 jaar Frans-Belgische grensoverschrijdende samenwerking, de gecreëerde kaders, de opgezette projecten en de resultaten van die projecten.
Het doel is om daarop voort te bouwen en die praktijken te verspreiden, maar ook om een kritische evaluatie te maken en een gezamenlijke kennisdatabank te consolideren, teneinde verder na te denken over de bouw en bewoonbaarheid van de grensoverschrijdende regio. Deze uitdagingen waren in verschillende contexten naar voren geschoven: de bijeenkomsten voor lokaal overleg tussen Franse en Belgische burgemeesters, de bijeenkomsten op nationaal niveau van de andere Franse grensmetropolen en in het kader van meer theoretische onderzoeken naar de modaliteiten van interterritorialiteit.
De auteurs focussen op de projectdynamiek en de publicatie is gestructureerd rond drie verschillende betekenissen van het Franse woord ‘projet’: project als plan, doelstellingen en uitdagingen; project als resultaat, ruimtelijke realisaties; en project als proces.
- Het eerste deel van het boek gaat over de beoogde projecten, de visies op de regio. Het belicht alle niveaus waarop de grensoverschrijdende context betrekking heeft, en geeft een overzicht van de betrokken institutionele actoren. Het schetst een beeld van de continuïteit, de geschiedenis en de geomorfologie van de regio en gaat vervolgens dieper in op de problemen die zich op elke schaal voordoen en die de aanleiding vormen om een project op te zetten.
- Het tweede deel heeft betrekking op de uitgevoerde projecten, vertrekkende van verschillende benaderingen. Vooreest wordt een overzicht gegeven, een stand van zaken (in 2019) van alles wat in uitvoering was, opgemaakt in het kader van een Schéma de Coopération Transfrontalière (plan voor grensoverschrijdende samenwerking). Aan de hand van een tijdlijn waarop de drie regio’s aangegeven zijn, gaan de auteurs vervolgens dieper in op het thema ‘water’ en op een langetermijnproject, het Blauwe Park, waarbij de evolutie van de thema’s wordt belicht, van een technisch beheer tot een meer politieke territoriale integratie.
- Het derde deel, dat zich toespitst op projectprocessen, biedt een transversale kijk op de verschillende mechanismen die sinds 1990 (de openstelling van de grenzen) hebben bestaan en die bepalend zijn geweest voor de governance en de grensoverschrijdende acties. In dit deel wordt een kritische analyse gemaakt van de actievoorwaarden en van de mogelijkheden om het grensoverschrijdende kader voor expertise, dialoog en besluitvorming te versterken.
Tot slot worden een aantal bevindingen besproken, waaronder de noodzaak om een gezamenlijke visie en gemeenschappelijke doelstellingen te ontwikkelen, en ongetwijfeld ook een nieuw grensoverschrijdend narratief dat minder gericht is op metropolisering en meer op klimaatbestendigheid.
Waterkwaliteit en -kwantiteit in de regio van het Blauwe Park (Leie, Bovenschelde, IJzer)
- Watertekort
Vlaanderen is sterk afhankelijk van het waterbeheer in Frankrijk, zowel op vlak van waterkwaliteit als waterkwantiteit. Van het debiet van de Leie dat in het pand rond Gent toekomt, is gemiddeld 80 % afkomstig uit Frankrijk. De zijwaterlopen op Belgisch grondgebied zijn gemiddeld samen goed voor de overige 20 %.
In periodes van droogte is het debiet van de Leie beperkt, in grootteorde 3-8 m³/s. Voor de Schelde, die eveneens het pand rond Gent voedt, gelden dezelfde waarden. In de drogere zomers komt amper 10 m³/s rond Gent toe. Vlaanderen heeft een verdrag met Nederland waarin staat dat minstens 13 m³/s naar het Kanaal Gent-Terneuzen moet stromen om verzilting aldaar tegen te gaan. Dat gevraagde debiet ligt dan hoger dan wat in de droger zomers binnenkomt via de Leie en de Schelde, waardoor Vlaanderen soms niet kan voldoen aan het verdrag. Ook de watervraag elders in het westen van Vlaanderen is immens. Het restje water dat overschiet vanuit het pand rond Gent wordt verdeeld over Vlaanderen naargelang de noodzaak. Een deel gaat via het Kanaal Gent-Brugge naar het Kanaal Plassendale-Nieuwpoort en richting de IJzer, om in het poldergebied water aan te leveren. Dat water dient om verzilting in de IJzer en in het poldergebied tegen te gaan, captatie voor landbouw, het op peil houden van de waterlopen, minimale debieten voor ecologie te garanderen … .
-
Wateroverlast
Het andere uiterste zijn de grote piekdebieten die vanuit Frankrijk naar Vlaanderen stromen. Die piekdebieten van de Leie aan de grens lopen op tot 150 m³/s of meer. Door de hoge piekdebieten komt in de studie rond de Waterbom in Vlaanderen naar voor dat Gent een kritiek punt is, waar de potentiële schade kan oplopen tot 3 miljard euro.
-
Waterkwaliteit
Op vlak van waterkwaliteit is de toestand van de Leie in Vlaanderen ruimtelijk stabiel. De tijden waarin de Leie verslechterde in Vlaanderen ligt door de verbetering van de waterkwaliteit van de Heulebeek, Mandel, Gaverbeek, … achter ons. De kwaliteit van de Leie aan de grens in Menen is ongeveer gelijk aan de kwaliteit van de Leie dat toekomt in Gent. Dat blijkt o.a. uit continue metingen van o.a. het zuurstofgehalte en de geleidbaarheid met meetsondes die zowel t.h.v. de grens in Menen als t.h.v. Machelen (Deinze) meten. Van hieruit stroomt het water deels richting Toeristische Leie naar Gent en deels naar het Afleidingskanaal. Ook voor een verdere verbetering van de waterkwaliteit worden we afhankelijker van wat in Frankrijk gebeurt, gezien dat 80 % van het debiet van daar komt.
Een verschil tussen Frankrijk en Vlaanderen zit in het normenkader. Fosfor is quasi overal in Vlaanderen een knelpuntparameter met te hoge waarden. De norm voor het behalen van de goede toestand is streng (0,14 mgP/l). De fosforconcentraties in Frankrijk mogen voor het halen van de goede toestand bijna de helft hoger liggen dan in Vlaanderen (0,20 mgP/l). Doordat het ambitieniveau in het afwaartse Vlaanderen hoger ligt, wordt het niet evident om de norm voor de goede toestand te halen.
Een ander aandachtpunt zijn lozingen op de Leie, zowel illegale (brand, incident, …) en de legale (industrie, …). Die kunnen een grote impact hebben op de waterkwaliteit, en op het biologische leven in de waterlopen. Snelle communicatie over grenzen heen is bij incidenten een must. Enkel op die manier kan het incident ingeperkt worden en kunnen tijdig maatregelen genomen worden.
-
Waterlopenbeheer
De VMM beheert de waterlopen van 1ste categorie. In de Blauwe Ruit zijn dat de Heulebeek, Gaverbeek, Mandel en Spierebeek. Ook volgt de VMM de waterkwaliteit in de waterlopen en het grondwater op.
-
Link met het Blauwe Park
De VMM is tot nu toe weinig betrokken geweest bij het Blauwe Park. Er is een onduidelijkheid met betrekking tot de diverse overlegstructuren en de vertegenwoordiging op die overlegmomenten. Vaak is de aanwezigheid van VMM slechts in de marge relevant en is de agenda niet toegespitst op water, zoals bij het EGTS Eurometropool en het Interreg-project Grensoverschrijdend Observatorium.
Samenwerken rond water over de grenzen heen is niet evident. Er is onder andere de complexiteit aan actoren in Frankrijk, en omgekeerd geldt waarschijnlijk voor Frankrijk ook hetzelfde in België.
Een voorstel voor het opstarten van het Grensoverschrijdend Overleg Leie wordt op de volgende algemene vergadering van de EGTS Eurometropool geagendeerd.
-
Conclusie
Er is nood aan gegevensuitwisseling over de grenzen heen. De data moet toegankelijk zijn, zowel voor kwantiteit (debieten, waterpeilen, …) als kwaliteit. Het Grensoverschrijdend Observatorium is daarvoor een goede aanzet.
De fiches “Grensoverschrijdende samenwerking” - ADULM
De fiches “Grensoverschrijdende samenwerking” die gezamenlijk door ADULM en de Eurometropool worden opgesteld, zijn bedoeld om een pedagogische presentatie te geven van verschillende onderwerpen die regelmatig tijdens lokale bijeenkomsten (tussen Belgische gemeenten en de grensoverschrijdende gemeenten van de Métropole Européenne de Lille) worden besproken.
Ze zijn bedoeld om burgemeesters te informeren over de werkwijzen aan weerszijden van de grens en het Europese kader aan te geven op het gebied van regelgeving en samenwerking tussen de twee landen, inclusief de contactpersonen.
Ze worden opgesteld in het Frans en Nederlands en vervolgens gedeeld met alle gemeenten binnen haar werkgebied.
“Water” als hulpbron, maar ook als transportmiddel (voor mensen en goederen), is een complexe kwestie die aan beide kanten van de grens moet worden aangepakt, omdat er zoveel op het spel staat. De “thematische fiches” opgesteld door ADULM zijn bedoeld om een bijzonder beknopt overzicht te geven van de twee belangrijkste benaderingen van “water”:
- water als hulpbron om een beter inzicht te krijgen in de problemen met opvang, toevoer en behandeling in het grensoverschrijdende gebied. De fiche richt zich ook op crisisbeheer door een overzicht te geven van de spelers en organisaties die bij de hulpbronnen betrokken zijn, bijvoorbeeld in het geval van vervuiling of droogte.
- water als “transportmiddel” door het beheer van bevaarbare waterlopen om de verschillende soorten waterlopen in onze twee landen en de entiteiten die ervoor verantwoordelijk zijn, beter te identificeren, afhankelijk van hun gebruik.
Uitbreiding van het Blauwe Park met het “spontane groene netwerk” van Likoto
Denis Delbaere
We zullen het hebben over de acties die sinds 2011 in de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai worden uitgevoerd door het wetenschappelijk collectief Likoto, en over de manier waarop die acties kunnen bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het Blauwe Park.
Het collectief Likoto is een team dat sinds 2011 geleidelijk is gegroeid en dat onderzoekers uit verschillende disciplines samenbrengt (ecologie, landschap, plantkunde, antropologie, bodemkunde, bosbouw, geografie, architectuur, fotografie, beheer van natuurgebieden …). Het collectief werkt rond het “spontane groene netwerk” (of “lineaire bos”) dat zich sinds een halve eeuw vormt op de bermen langs de grote transportinfrastructuren van de Eurometropool. De Eurometropool is immers een regio met bijzonder veel infrastructuren, waar de diffuse stad voortdurend in contact komt met de beboste bermen, de overwoekerde braakliggende terreinen en de stedelijke randen die ontstaan door de territoriale versnippering die deze infrastructuren in de hand werken.
Na een inventarisatie van de mogelijkheden van dit spontane groene netwerk op het vlak van bescherming van de biodiversiteit, creatie van lokale informele openbare ruimten en productie van biomassa, richtte het onderzoek zich, d.m.v. een reeks experimentele projecten, op het bedenken van nieuwe beheermethoden die afgestemd zijn op deze complexe ruimten, om zo hun ecologische, landschappelijke en stedelijke kwaliteiten te verbeteren. Vandaag wordt een tiental pilootsites opgevolgd, waarvan er 5 het voorwerp uitmaken van regelmatige projecten.
Het rivierennetwerk van de Eurometropool, de ruggengraat van het Blauwe Park, is een van de infrastructurele componenten van dit spontane groene netwerk, net als het wegennet en het spoorwegnet. Hoewel ontegensprekelijk aantrekkelijker, is het rivierennetwerk volgens het collectief niet waardevoller dan de andere infrastructuren. Het collectief benadert de waterweg dus vanuit de integratie ervan in een infrastructuurnetwerk dat het rivierennetwerk kruist, er vlak langs loopt en er soms over lange stukken mee samenvalt.
Het Blauwe Park ontwikkelen binnen dit netwerk kan dus een eenvoudige en doeltreffende manier zijn om zijn perimeter, die al bij al vrij beperkt is, uit te breiden op schaal van de volledige Eurometropool. Daarnaast heeft het collectief 419 “stedelijke vlaktes” in kaart gebracht, die verspreid liggen langs dit spontane groene netwerk en die samenvallen met de gebieden tussen de infrastructuren en de stad. Die vlaktes vormen de kiem voor toekomstige Eurometropolitane stadsparken. Het netwerk van die vlaktes zou ook benut kunnen worden om het Blauwe Park uit te breiden en efficiënter te verbinden met de omliggende stedelijke gebieden.
De middelen die het collectief Likoto inzet om het project in concrete acties om te zetten, zullen eveneens tegen het licht worden gehouden. Momenteel wordt een atlas uitgewerkt, die tot doel heeft het wandelen langs de infrastructuren te promoten, om zo de gebruikers aan te moedigen zich deze ruimten, die soms bedreigd zijn, eigen te maken en er - door er te wandelen - een netwerk van wandelpaden te creëren dat hun toegankelijkheid en doordacht beheer kan verbeteren. Daarnaast is het netwerk van pilootsites bedoeld als showcase en demonstratieruimte voor het lineaire bos dat langs de infrastructuren ontstaat. Tot slot zullen de moeilijkheden besproken worden waarmee dit project vandaag nog te kampen heeft (verduurzaming van de acties en ondersteuning door een geschikte instantie die instaat voor het verdere projectbeheer).
De taal van het water – Chiara Cavalieri
Volgens het World Resource Institute zal de waterstress in België tegen 2040 extreem hoog zijn. Bovendien heeft één op de zes jobs in Vlaanderen te maken met het thema water. Als we deze cijfers in de context plaatsen van de laatste voorspellingen over de klimaatverandering, wordt duidelijk dat het in kaart brengen van de complexiteit van water niet alleen fundamenteel, maar ook dringend is.
Onderhavig werk is een poging om de complexiteit van water te analyseren, te conceptualiseren en uiteindelijk te herdefiniëren als de verwevenheid van verschillende elementen waarvan de definitie, de onderlinge samenhang en de verschijningsvorm in het stedelijke landschap geen evidente of eenvoudige zaak is.
Water bepaalt de vorm van steden en gebieden, en wel op verschillende manieren en schaalgroottes en in verschillende dimensies; via zowel natuurlijke als kunstmatige cycli stroomt water door een verweven netwerk. Onophoudelijk baant water zich een weg door een complexe omgeving: over het aardoppervlak, onder de grond, door leidingen en talloze inrichtingen, van de straat tot het riool, vervuild of zuiver, koud of warm, zichtbaar of onzichtbaar.
Met De taal van het water willen we deze infrastructuur verkennen zoals een taal verkend wordt, waarbij het landschap wordt gezien als een complexe tekst die ontcijferd moet worden. Daartoe moeten we de regels in kaart brengen die de woorden, zinnen en uiteindelijk de zinsbouw ervan bepalen.
Het levende als inspiratiebron ter ondersteuning van de verdere ontwikkeling van het Blauwe Park
Voor het Ceebios-TyL-team - Anne Gaillard
Deze prospectieve studie, uitgevoerd in opdracht van de EGTS Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai, kadert binnen een regionale dynamiek in samenhang met het project BLOOM en het programma REV3 van de regio Hauts-de-France. Het programma REV3, ondersteund door het ADEME en medegefinancierd door het Fonds Régional d'Amplification de la Troisième Révolution Industrielle (FRATRI), heeft als doel biomimetica en bio-inspiratie op regionale schaal uit te rollen.
De studie werd uitgevoerd tussen december 2022 en juni 2023, in samenwerking met de actiegroep Blauw Park en gecoördineerd door Ceebios, co-animator van het Territory Lab. Ze voert onderzoek naar een bio-geïnspireerde aanpak om de verdere ontwikkeling van het Blauwe Park te ondersteunen.
Territoriale bio-inspiratie en Territory Lab
Territoriale bio-inspiratie, de rode draad doorheen de studie, is een filosofie en methodologie die gericht is op het regenereren van gebieden en het heruitvinden van onze organisatiemodellen, dit alles gebaseerd op de principes en strategieën die in de natuur worden waargenomen. Door menselijke culturen en lokale ecosystemen met elkaar te verbinden, stimuleert territoriale bio-inspiratie een ??verantwoord beheer van de regio??, gestoeld op samenwerking en zelforganisatie, waardoor regio’s zich kunnen aanpassen aan de ecologische en maatschappelijke uitdagingen.
Het Territory Lab (TyL) is een interdisciplinair onderzoeksproject Recherche-Action-Transmission (RAT - onderzoek met acties om een transformatie in gang te zetten, met aandacht voor kennisoverdracht) dat onderzoekt op welke manier bio-inspiratie kan worden toegepast op regio’s, door gezamenlijk tools, methoden en regeneratieve praktijken te ontwikkelen die geïnspireerd zijn door het levende.
Deze studie, gebaseerd op de concepten van het TyL, stelt een experimentele benadering voor, toegepast op de grensoverschrijdende regio EM LKT die gestructureerd wordt door water. In het kader van de studie wordt getest hoe een bio-geïnspireerde aanpak de ontwikkelingsdynamieken kan ondersteunen en verrijken, en tegelijkertijd de lokale ecologische en culturele specificiteiten kan versterken.
Aanpak en methodologie
Deze studie maakt gebruik van verschillende specifieke tools:
-
De rozet van de door de natuur geïnspireerde principes: Dit theoretische instrument, ontwikkeld in samenwerking met verschillende biomimetica-onderzoekers van het Franse Muséum National d’Histoire naturelle, diende als leidraad voor het strategische denkproces. De rozet is onderverdeeld in vijf categorieën (hulpbronnen, veerkracht, regeneratie, bestuur & ontwikkeling, en samenwerking) en evalueert de territoriale dynamieken vanuit het perspectief van het levende. De krachtlijnen “lokale hulpbronnen gebruiken” en “de druk op de hulpbronnen verminderen”, bijvoorbeeld, zijn geïnspireerd door de natuur en worden toegepast in het kader van het beheer van de stroombekkens van de regio.
-
Bio-geïnspireerde kaarten: Deze cartografische benadering is een narratieve weergave van de interacties tussen menselijke infrastructuren en natuurlijke ecosystemen, waarbij ecologische continuïteiten en breekpunten aan het licht worden gebracht. De kaarten zijn meer dan een gewone ruimtelijke voorstelling: ze scheppen duidelijkheid over de manier waarop de regio als een levend systeem functioneert. Ze tonen de natuurlijke corridors van de stroombekkens, die momenteel gefragmenteerd zijn en die hersteld moeten worden om de aquatische ecosystemen te versterken.
-
Gesprekken met de lokale actoren: Er werd een reeks gesprekken gevoerd met de belangrijkste actoren van de regio, waarbij de vragen gebaseerd waren op de principes van de rozet. Tijdens die gesprekken werd het belang van water als ecologische en culturele matrix onderstreept en werd de noodzaak bevestigd om de lokale actoren te ondersteunen bij het overschakelen naar een regeneratief model gericht op samenwerking en co-constructie.
De bio-geïnspireerde benadering die in deze studie wordt gehanteerd, berust op een sterke ethiek waarbij het samenleven tussen mensen en niet-mensen centraal staat. Ze stelt voor de territoriale interacties te herdefiniëren vanuit het perspectief van de regeneratie en het verantwoorde beheer van de ecosystemen, waarbij het doel er niet enkel in bestaat een gebied te ‘ontwikkelen’, maar er ook zorg voor te dragen en het vermogen tot zelfregeneratie te herstellen. Deze benadering is ook geïnspireerd op voorouderlijke culturen zoals die van de Kogi, die specifieke plaatsen beschouwen als ezuamas (te verzorgen acupunctuurpunten). Die strategische ruimten van het Blauwe Park, in kaart gebracht tijdens een participatieve workshop, zijn plaatsen waar de menselijke interventie moet worden afgestemd op de behoeften van de ecosystemen, in het bijzonder wat betreft het beheer van de waterlopen en de herbebossing.
Lessen die we uit de studie kunnen trekken
Uit de resultaten kunnen we een aantal praktische lessen trekken, zoals:
-
Herstel van het fijnmazig hydrografisch netwerk: Dit project is gericht op het herstel van het stroomgebied van de Leie, de Schelde en de Deûle, vanuit een ecosysteemperspectief dat de administratieve grenzen overstijgt.
-
Ontstaan van bioregio’s: Een ‘bioregio’ is een geografisch gebied dat wordt gestructureerd op basis van zijn biogeografische grenzen in plaats van zijn administratieve grenzen; hierbij wordt rekening gehouden met het begrip “territoriale ecotoon”. Dit kader laat toe om bij het beheer van het Blauwe Park beter rekening te houden met de stroombekkens en de lokale ecosystemen.
-
Betrokkenheid van de lokale actoren: Uit de gesprekken en de workshop kwam naar voren dat er een sterke behoefte bestaat om de lokale actoren te ondersteunen bij een territoriale transitie met respect voor de ecosystemen. Het sensibiliseringsproces verrijkt het collectieve denkproces, het prospectieve narratief en de voorstellingswijzen van het Blauwe Park, en onderstreept het belang van de gezamenlijke uitwerking van oplossingen.
Naar een nieuw territoriaal kader
Deze studie reikt een innovatief methodologisch en conceptueel kader aan om de territoriale regeneratie in goede banen te leiden. De op de natuur gebaseerde principes tonen aan dat er een potentieel is om de fysieke en culturele transformaties van deze regio te ondersteunen. Mogelijke volgende stappen: de voortzetting van dit initiatief rond een van de stroombekkens van het Blauwe Park en strategische plaatsen die tijdens de workshop in kaart zijn gebracht, in samenhang met de initiatieven van de actiegroep Blauw Park, met een grotere betrokkenheid van de lokale actoren. De ecosysteembenadering en het beheer van de gemeenschappelijke elementen blijken essentiële hefbomen te zijn voor de verdere ontwikkeling van het Blauwe Park.
Studie uitgevoerd door Anne Gaillard en Olivier Massicot, leden van het Territory Lab (TyL), met de bijdrage van Tarik Checkchak – eveneens lid van het TyL – (wetenschappelijke kennis op het vlak van bio-inspiratie) en van Thomas Maguin (expertise op het vlak van geomatica en gezamenlijk cartografisch onderzoek).
Van Blauwe Ruimte naar Blauw Park, de kracht van verbeelding.
Maarten Gheysen, KU Leuven
De Eurometropool en haar voorganger (GPCI/COPIT) hebben steeds een intense band onderhouden met de academische wereld. De Cahiers (jaren ’90), Grootstad,… zijn hiervan voorbeelden. Ook het Blauwe Park schrijft zich in deze traditie.
Exemplarisch voor deze dialoog binnen het Blauwe Park is de Gaverbeek. Deze zijbeek van de Leie is sinds 2009 het onderwerp van academisch onderzoek en illustreert in 4 episodes de verschillende soorten van dialoog tussen de Eurometropool en de academische wereld.
Episode 1: 2009-2013, De Gaverbeek als doctoraatsonderzoek
Isabelle Putseys onderzocht onder supervisie van Bruno De Meulder en Patrick Willems voor haar PhD hoe de Gaverbeek niet alleen een hydrologische maar ook stedenbouwkundige opgave is. Door in te zetten op her-naturalisatie als antwoord op klimaatuitdagingen wordt de link gemaakt tussen hydrologie en ontwerp.
Episode 2: 2016-2017, Summer schools, van lijn naar dikte
Het idee van het Blauwe park (toen nog de Blauwe Ruimte) krijgt een verdieping met drie Summer schools. Binnen elke regio wordt ingezoomd op 1 belangrijke beek, voor Vlaanderen de Gaverbeek.
In deze Summer schools wordt het potentieel van de Blauwe Ruimte duidelijk via exploratief en speculatief onderzoek. Het water is meer dan een lijn, de loop van de rivier of beek, maar werkt als dikte en raakt hierdoor letterlijk elke m² van de Eurometropool. Om dit te doen is het noodzakelijk om op verschillende schalen simultaan te werken, van territorium tot snede. Daarnaast tonen de Summer schools heel duidelijk hoe er verbeelding kan worden gegeven aan de federerende figuur van het water.
Episode 3: 2017-2018, Gaverbeek als ontwerpopgave
Samen met Leiedal, VMM, stad Waregem en stad Harelbeke werd een traject opgezet om verder vorm te geven via ontwerp onderzoek aan de Gaverbeek. Naast 5 algemene strategieën voor een klimaat robuuste beek werd ingezoomd op een 6-tal sleutelplekken van de Gaverbeek. Het ontwerp is aangestuurd door een reeks van workshop en resulteerde in verschillende inrichtingsplannen waarin ruimte wordt gemaakt voor water.
Episode 4: 2018-2023, Bouwen aan de Gaverbeek
De laatste episode focust op de realisatie van de verschillende projecten voor de Gaverbeek. Met de uitvoering van Hippodroom in Waregem wordt de beek terug zichtbaar gemaakt en ontstaat een nieuwe een kwaliteitsvolle toegang. De beek krijgt letterlijk meer ruimte in combinatie met een nieuwe publieke bestemming.
Conclusie:
Uit deze 4 episodes zijn een aantal lessen te trekken:
-
De academische dialoog met de Eurometropool steunt heel sterk op de disciplines architectuur en stedenbouw. De relatie met andere disciplines blijft, zeker wat het Blauwe Park betreft, beperkt. Crosspoint, als multidisciplinair project, biedt mogelijkheden om ook andere disciplines te betrekken.
-
De lange doorlooptijd in combinatie met beleid, burgerbetrokkenheid, grote investeringen en het samenspel van de verschillende actoren vergt coördinatie. Onder de noemer van het Blauwe Park claimt de Eurometropool deze rol maar ze is beperkt door haar louter mobiliserende opdracht.
-
Het traject van het Blauwe Park en de Gaverbeek in het bijzonder toont heel sterk de kracht van de verbeelding, eigen aan de discipline van stedenbouw. Deze ruimtelijke methode toont mogelijke transities en maakt deze inzichtelijk. Een toekomstverkenning van plaatsgebonden solidariteit binnen de sociaal-ecologische transities waar het Blauwe Park voor staat dringt zich dan ook op.
Het grote verhaal van het water (CAUE du Nord)
CAUE du Nord, die langs het water op zoek gaat naar elementen uit het verleden, wil het verhaal van de Eurometropool-regio opnieuw vertellen om zo haar traject te reconstrueren en de actiegebieden voor nieuwe waarden in kaart te brengen. Het doel is om, vanuit een ecosysteemgerichte benadering, de organisatie van projecten te faciliteren en de acties van de regio te evalueren die ondernomen moeten worden om de uitdagingen van de klimaatverandering aan te pakken.
Het doel is om een gemeenschappelijke cultuur te ontwikkelen die de uitwisselingen tussen het grote publiek, de gebruikers en de actoren van het water helpt te bevorderen.
Daartoe wil CAUE du Nord haar aanpak, methoden en tools delen om:
- het observatiegebied van de geomorfologische componenten van de regio die verband houden met het water, uit te breiden.
- kennisdeling mogelijk te maken om het ecosysteem te begrijpen dat de mensen doorheen de tijd hebben gecreëerd en dat heeft geleid tot de keuzes die zijn gemaakt om de watervoorraden te gebruiken - dat inzicht is essentieel om de grensoverschrijdende regio beter te begrijpen.
- het traject van de regio in kaart te brengen en de mogelijkheden ervan te belichten, of zelfs perspectieven voor klimaatadaptatie te openen.
Door middel van een collectieve bijdrage en sensibilisering wordt voorgesteld om samen de modaliteiten vast te leggen voor de ontwikkeling van een innovatieve grensoverschrijdende cultuur die van belang is voor de bevolking en voor alle besluitvormers en technici die betrokken zijn bij de toekomst van de verschillende omgevingen.
Shifting water strategies, from blue-green networks towards water smart societies
In 2013, when I assumed the role of Program Director for Blue-Green Networks at Leiedal, our ambition was to catalyze change, integrating water management and spatial design by rebuilding blue-green tracks, the ‘Groene Sporen’. The EU Water Directive was set in motion, the first basin management plans were published in Flanders, the first shared water targets pushed for cross-border collaboration. Reflecting the ambition of the time, the Climate Agreement was signed at the Conference of Parties in Paris just one and a half year later. Since then, the urban planning practice has been transforming towards a more territorially differentiated field, and for the Eurometropolis a first milestone was the Blue Park. It was pivotal in shaping and setting in motion a different and more climate resilient cross-border planning approach based on water and soil conditions. From that moment, at Leiedal, each planning initiative was scanned on how to complement the natural water systems, emphasizing the importance of water and ecological aspects.
Within the Blue-Green networks program at Leiedal, we performed master planning, established (planning) procedures, engaged in strategic projects, and applied for subsidies to integrate water in urban designs. Our objectives were not only to mitigate flooding by reversing the draining effect of water infrastructure but also to foster a fully climate-resilient region with attractive urban spaces and healthy living environments. It facilitated ecological restoration and reoriented industrial activities towards rivers and canals. These ambitions were shared throughout the Blue Park and crucial for working together regardless of the organizational setup of actors in different the regions (in France, Wallonia and Flanders).
On the one hand, thanks to shared water targets (EUFWD good ecological condition by 2021 and 2027) and the merging fields of water and environment (urban planning, blue-green programs, ecosystem services, SUDS, nature-based solutions, National Parks,…), and notwithstanding cross-cutting regional planning systems, cross-border collaboration seemed logical in the Blue Park. Spatial design and planning were engaged to understand & rebuild water systems. But other cross-sectoral integrations were less straightforward. (e.g., drainage and dispersed pollution sources with origin in agriculture or illegal groundwater pumping).
On the other hand, after the flood events in 2021 in Verviers, High Level Task Forces were asked to perform a risk screening of water policy and management structures in place. A new climate risk assessment was urgent and would have to be integrated at all levels across all policies. In Flanders, one of the 10 action points of the Flemish task force ‘Weerbaar Waterland’ was to work with adaptive action programs to be able to deal with uncertainties and continuously monitor the evolving climate risks and link other environmental risks (e.g. heat, drought, fire, wind risks or pollution risks). In February 2024, EU published it first Climate Risk Assessment report, obliging all member states to do start frequent risk screenings, in Belgium a new federal unit CERAC was found.
Understanding & Rebuilding Water systems
Understanding water systems assumes a shift towards systems thinking. It is essential in creating ‘more space for rivers and creeks’ and recognizing the spatial leverage on the water system. F.e. in the Blue Park, Vigano et all. demonstrates the need for diversified spatial strategies in corridors, capillaries, and underground water reservoirs. What can we learn from the practice when we are rebuilding water systems:
Firstly, it is challenged by misinterpretations of the water system, which can lead to the anchoring (e.g. in master planning, regional vision, and spatial policy plans) of draining landscape structures. Proper interpretation is crucial when drafting long-term spatial documents to avoid adverse effects on water management elements.
Secondly, in the last 10 years, spatial planning focused on rain and surface water; there was a surge in demineralization, infiltration, and wetland restoration projects but less focus was put on waste water, groundwater and drink water systems. The surface water projects1 were pushed by a whole set of new directives and measures (regional and provincial water directives, renewed Water paragraph in the building permit as well as the requirement for all municipalities to have a rainwater (and drought) plan). Funded by the EU NextGeneration recovery budgets, these efforts promoted sustainable urban drainage systems and water-sensitive design, integrating green infrastructure into urban planning. Today, many more actors have entered the ‘stage’ and need systemic approach. Often forced by increased price rates or environmental regulations (e.g. PAS for nitrogen or the framework for PFAS, as well as the revised Urban Waste Water Directive or the Soil Monitoring Law) semi-public agencies, farmers and water-intensive industries2 are asking for smart water strategies (flood, drought and environmental risks).
The beforementioned challenge asks for a shift in project scope; how can environmental analysts, spatial designers and water engineers give an integrated answer to accelerate a positive impact on the water system? What kind of new variables are determining spatial development in practice?
Integrating climate risk and environmental risks
At the same time as environmental risks, climate risks will need to be integrated to become a performant part of urban planning. In implementation practice, we notice only a few actors have started to integrate climate risk management into their strategic plans.
Climate hazards are threatening safety, infrastructure (buildings, energy, mobility, …), ecosystems, health, water resources and financial stability. Climate risk assessments analyze the different vulnerabilities and probabilities and, as such, water management is central to climate change adaptation and risk management. Many cities have been adjusting to the climate scenarios after the floodings in DE-BE-NL in ‘21, also this summer stormwater systems all over Europe were reaching the maximum capacity (e.g. in West-Flanders) or failing with dramatic consequences. The flood prevention plan Sigma in Belgium has so far combined higher dikes and floodable polders with upstream buffering. Recently, the task force Weerbaar Waterland advised for clear water buffering targets for upstream buffering to reduce the flood risks downstream.
Different risk approaches in DK and NL are inspiring examples of decreasing the climate risk. Copenhagen, with its large green buffer parks entering the city center, is also installing an enormous storm water drainage system. Large concrete tubes will complement the green buffers and the existing stormwater drainage system. In the NL, in their vision for 2100, large portions of the polders are given back to the sea. Outer dike developments in NL are considering, already today, the risk of being flooded, as a part of their business plan. They are living with the water instead of against it.
The risk-oriented planning approach and systemic approach will both need more data, what is needed to build the relevant datasets and monitoring networks to assess and act upon the vulnerabilities of your city?
Conclusion
As we navigate these evolving challenges, the Blue Park exemplifies the potential of blue-green infrastructure in fostering sustainable urban environments. Through collaborative efforts and innovative policy frameworks, it has not only addressed immediate water management issues but also laying the groundwork for resilient, livable cities that harmonize with natural ecosystems. The challenge ahead lies in fully integrating water targets across all sectors and climate risk control across borders.